Implantaten

Wat is een implantaat?

Een implantaat is een kunstwortel die in de kaak wordt geschroefd. Het implantaat groeit in de kaak vast en voelt daardoor heel natuurlijk aan.

Implantaten zijn meestal van titanium vervaardigd. Dit lichaamsvriendelijke materiaal zorgt voor optimale heling van het implantaat in het kaakbot (osseo-integratie). Implantaten zijn een permanente vervanging van een echte tandwortel en dienen als fundament voor een kroon, brug of (klik) prothese. In de onderkaak is het implantaat meestal na 6 tot 12 weken vastgegroeid in het bot. In de bovenkaak is de genezingsperiode langer namelijk 3 tot 6 maanden.

Voordelen

Het voordeel is dat natuurlijke omliggende tanden behouden kunnen worden voor het plaatsen van een kroon of brug.

Implantaten verbeteren het comfort, de esthetiek en het kauwvermogen. Bij alle indicaties wordt het slinken van de kaak (verminderen van het botvolume) door de aanwezigheid van een implantaat in de kaak sterk afgeremd.

Voorwaarden

Het is belangrijk dat het tandvlees gezond is, omdat tandvleesontstekingen en de bacteriën die daarbij een rol spelen het houvast van de implantaten kunnen aantasten. Deze bacteriën kunnen namelijk botverlies veroorzaken.

De minimumleeftijd voor het plaatsen van implantaten is 18 jaar. Daarnaast is het belangrijk dat de kaken zijn uitgegroeid. Dat duurt bij jongens meestal wat langer dan bij meisjes. Voor implantaten geldt geen maximumleeftijd. Zelfs op late leeftijd kunnen implantaten nog leiden tot een betere gezondheid en meer levenskwaliteit.

Sommige ziekten of medicijnen kunnen uw lichamelijke weerstand zodanig aantasten dat de slagingskans van de implantaatplaatsing erg klein is. In een enkel geval is het plaatsen daarom niet aan te raden. Het kan een oplossing zijn om de dosering van uw medicijnen aan te passen. Doe dit altijd in overleg met uw behandelaar en huisarts.

Het slagingspercentage is over het algemeen rond de 99% in de onderkaak en 95% in de bovenkaak. Wanneer een implantaat niet vastgroeit of na verloop van tijd weer los gaat zitten, zal het verwijderd moeten worden. Normaal gesproken is het mogelijk om na 3 tot 6 maanden een nieuw implantaat te plaatsen.

Behandeling

De behandeling begint met een onderzoek, bestaande uit een medische anamnese, een klinisch en een röntgenologisch onderzoek. Hiermee kunnen een behandelplan en planning worden gemaakt. Indien nodig worden er afdrukken van uw gebit gemaakt voor een proefopstelling of een boormal.

Voor de behandeling ontvangt u de noodzakelijke recepten voor desinfecterende mondspoeling, antibiotica en pijnstillers.

Het plaatsen van een implantaat gebeurt onder lokale verdoving. Tijdens de operatie wordt het tandvlees losgemaakt en opzij geschoven. Dan plaatst de implantoloog het implantaat in het bot en het tandvlees wordt met hechtingen gesloten.

Vanaf dat moment kunnen het implantaat en het bot met elkaar vergroeien. Na de operatie volgt, na één of twee weken, een eerste controle. Als het bot en het implantaat goed aan elkaar zijn vastgegroeid, kan de vervolgbehandeling plaatsvinden. Bijvoorbeeld het plaatsen van een kroon, brug of het vervaardigen van een prothese.